Ga naar de inhoud

Cookiebeleid van het Liaisonbureau van het Europees Parlement in Nederland:

wij gebruiken cookies om de gebruiksvriendelijkheid van onze site te verbeteren. Wij gebruiken ze niet om persoonlijke gegevens te verzamelen, maar alleen voor statistische doeleinden (door middel van Google Analytics).

Akkoord
 
 
 

Europa in Nederland

De Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal vormen samen het Nederlandse parlement en zijn medewetgever in Nederland. Bovendien oefenen ze ook politieke controle uit op de Nederlandse regering, die door de Tweede Kamer naar huis gestuurd kan worden. Daarnaast heeft het Nederlandse parlement ook veel met de Europese Unie te maken.
Op de eerste plaats heeft de Staten-Generaal het groene licht gegeven aan de overdracht van soevereiniteit van Nederland aan de Europese Unie. Dit hebben de Eerste en Tweede Kamer gedaan door de achtereenvolgende Europese Verdragen (Verdrag van Rome, Europese Akte, Verdrag van Maastricht, Verdrag van Amsterdam en Verdrag van Nice) te ratificeren.

Op de tweede plaats debatteert de Tweede Kamer met de minister over ophanden zijnde vergaderingen van de EU-Ministerraad. De regering stuurt fiches met informatie over nieuwe voorstellen van de Europese Commissie, samen met de initiële reactie van de Nederlandse regering daarop, aan de Tweede Kamer. Die zijn onderwerp van gesprek in het regelmatige Algemene Overleg (AO) tussen de betrokken commissies en ministers. Tijdens die AO's kunnen de Tweede Kamerleden ook hun standpunten kenbaar maken inzake onderwerpen die op de agenda staan van de EU-Ministerraden van de komende week. Daarbij houdt de Commissie Europese Zaken zich bezig met de horizontale dossiers, terwijl de vakcommissies de op hun terrein liggende dossiers behandelen.

Hoewel het Nederlandse parlement (anders dan bijvoorbeeld in het Verenigd Koninkrijk en Denemarken) formeel niet de bevoegdheid heeft de ministers met een mandaat naar de EU te sturen, oefent het Parlement wel invloed uit met behulp van zijn politieke controlefunctie.

Op de derde plaats moeten de Eerste en Tweede Kamer de EU-richtlijnen (de kader-besluiten die omgezet moeten worden in nationale uitvoeringsbesluiten) omzetten in Nederlandse wetten.