Parlementair toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten van de Europese Unie

15-06-2011

In deze studie wordt het toezicht op nationale inlichtingen- en veiligheidsdiensten door parlementen en gespecialiseerde nietparlementaire controleorganen geëvalueerd, met het doel goede werkwijzen vast te stellen die het Europees Parlement kan gebruiken om het toezicht op Europol, Eurojust, Frontex en in mindere mate SitCen, te versterken. In de studie worden een reeks gedetailleerde aanbevelingen gedaan (o.a. op het gebied van de toegang tot gerubriceerde informatie) die tot stand zijn gekomen op basis van grondige evaluaties van: (1) de huidige functies en bevoegdheden van deze vier diensten; (2) bestaande afspraken omtrent het toezicht op deze agentschappen door het Europees Parlement, de gemeenschappelijke controleorganen en nationale parlementen; en (3) de juridische en institutionele kaders voor parlementair en gespecialiseerd toezicht op inlichtingen- en veiligheidsdiensten in EU-lidstaten en andere grote democratieën.

In deze studie wordt het toezicht op nationale inlichtingen- en veiligheidsdiensten door parlementen en gespecialiseerde nietparlementaire controleorganen geëvalueerd, met het doel goede werkwijzen vast te stellen die het Europees Parlement kan gebruiken om het toezicht op Europol, Eurojust, Frontex en in mindere mate SitCen, te versterken. In de studie worden een reeks gedetailleerde aanbevelingen gedaan (o.a. op het gebied van de toegang tot gerubriceerde informatie) die tot stand zijn gekomen op basis van grondige evaluaties van: (1) de huidige functies en bevoegdheden van deze vier diensten; (2) bestaande afspraken omtrent het toezicht op deze agentschappen door het Europees Parlement, de gemeenschappelijke controleorganen en nationale parlementen; en (3) de juridische en institutionele kaders voor parlementair en gespecialiseerd toezicht op inlichtingen- en veiligheidsdiensten in EU-lidstaten en andere grote democratieën.

Externe auteur

Aidan WILLS (Geneva Centre for the Democratic Control of Armed Forces - DCAF) and Mathias VERMEULEN (European University Institute - EUI)